Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
[derde belanghebbende]uit [woonplaats] , vergunninghouder.
Rechtbank Midden-Nederland
Vergunninghouder heeft zonder vergunning een rookgasafvoerkanaal geplaatst aan de gevel van zijn woning. Na aanvraag verleende het college een omgevingsvergunning voor het gewijzigde rookgasafvoerkanaal, welke door eiser werd bestreden. De rechtbank toetst of het college de vergunning terecht heeft verleend op basis van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de redelijke eisen van welstand.
De rechtbank oordeelt dat het rookgasafvoerkanaal als ondergeschikt bouwdeel kan worden aangemerkt, waardoor het niet meetelt voor de bouwhoogte en geen strijd oplevert met het bestemmingsplan. Het relativiteitsvereiste leidt ertoe dat vermeende schendingen van het Bouwbesluit die niet tot bescherming van eiser strekken, niet tot vernietiging van het besluit kunnen leiden. Het college heeft bovendien een positief welstandsadvies gekregen, dat de rechtbank niet onzorgvuldig acht.
De rechtbank concludeert dat geen weigeringsgrond aanwezig is en dat het college de vergunning gebonden moest verlenen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de vergunning in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.