Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
[derde belanghebbende]uit [woonplaats] (gemachtigde: C.A. van Kooten-de Jong).
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, als rechtsopvolger van eerdere eigenaren van een perceel waarop een jachthaven wordt geëxploiteerd, betwistte dat een aansluitende strook asfalt (gedeelte B) een openbare weg is. Het college had lasten onder dwangsom opgelegd wegens het aanbrengen van belijning en parkeerverbodsborden op dit gedeelte, wat volgens het college de openbare weg belemmerde en zonder vergunning was veranderd.
De rechtbank oordeelde dat gedeelte B onderdeel is van de openbare weg, zoals blijkt uit de wegenlegger uit 1968 en historische luchtfoto's. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit gedeelte gedurende 30 achtereenvolgende jaren niet openbaar was of door het bevoegd gezag aan het openbaar verkeer was onttrokken.
Het plaatsen van belijning en borden door eiseres maakte het wegdeel niet feitelijk ontoegankelijk. Het college was daarom bevoegd handhavend op te treden en de dwangsom te innen. Eiseres voerde geen bijzondere omstandigheden aan die handhaving zouden rechtvaardigen of de invordering van de dwangsom zouden moeten verhinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht af en kende geen proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college mocht terecht de lasten onder dwangsom opleggen en de dwangsom invorderen.