Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met bijlagen;
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling
“Evidente Blikschade”zaken niet wordt voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert verzekeraar ASR een verklaring voor recht dat zij geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is aan [gedaagde] in zeventien verkeersschadezaken waarbij ASR de aansprakelijke wederpartij verzekert.
ASR stelt dat het niet redelijk was om incassokosten te maken omdat er geen discussie over aansprakelijkheid was en de aansprakelijkheid direct werd erkend. De kantonrechter oordeelt echter dat aan de dubbele redelijkheidstoets is voldaan: de werkzaamheden waren redelijkerwijs noodzakelijk en de kosten zijn redelijk van omvang.
De kantonrechter wijst het standpunt van ASR af dat [gedaagde] geen rechtsgrond heeft voor haar vordering omdat zij de kosten niet aan haar cliënten doorberekent. Door cessie heeft [gedaagde] een vorderingsrecht op ASR.
Verder oordeelt de kantonrechter dat het aan de benadeelden vrijstaat om een gemachtigde in te schakelen en dat ASR onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het in sommige gevallen wel redelijk is om kosten te vergoeden en in deze niet.
ASR wordt veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten van €510,00.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering van ASR af en veroordeelt ASR tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.