ECLI:NL:RBMNE:2024:5450
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen herziening en terugvordering bijstand wegens kostendelersnorm
Verweerder heeft de bijstand van eiser herzien en een bedrag van €1.193,68 teruggevorderd omdat de dochter van eiser vanaf 9 november 2019 als kostendelende medebewoner werd aangemerkt. Eiser maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit werd ongegrond verklaard. Eiser stelde dat verweerder de bijstand had moeten afstemmen op zijn omstandigheden en dat er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering, onder meer vanwege analfabetisme en taalachterstand.
De rechtbank oordeelde dat afstemming op grond van artikel 18 van Pro de Participatiewet alleen in zeer bijzondere situaties mogelijk is, welke eiser onvoldoende had onderbouwd. Ook zag de rechtbank geen dringende redenen om af te zien van terugvordering, omdat eiser en zijn partner verantwoordelijk zijn voor hun administratie en verplichtingen. De rechtbank erkende dat verweerder niet tijdig had gereageerd, waardoor de terugvordering werd beperkt tot zes maanden.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door verweerder. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.