ECLI:NL:RBMNE:2024:5612
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering na medische beoordeling
Eiseres, werkzaam als pedagogisch medewerker, meldde zich ziek en vroeg meerdere uitkeringen aan, waaronder op grond van de Wet WIA en de Werkloosheidswet. Het UWV besloot haar Ziektewet-uitkering te beëindigen per 9 december 2022 en 22 mei 2023, omdat zij arbeidsgeschikt zou zijn. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank beoordeelde of het UWV de wet correct had toegepast en of het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had dossieronderzoek gedaan en was aanwezig bij de hoorzitting. Hoewel eiseres niet persoonlijk was onderzocht, oordeelde de rechtbank dat dit niet onzorgvuldig was, omdat het oordeel was gebaseerd op een compleet medisch dossier en eerdere fysieke onderzoeken.
Eiseres voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat, met name op het gebied van lopen, zitten en traplopen, en dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met verschillen tussen bedrijfsarts en UWV. De rechtbank vond echter dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een overtuigende en samenhangende beoordeling had gegeven, waarbij ook adviezen van specialisten waren meegewogen.
De rechtbank stelde vast dat de zorgtaken van eiseres niet relevant zijn voor de arbeidsongeschiktheid en dat er geen nieuwe medische feiten waren die tot een ander oordeel leidden. Ook de arbeidskundige beoordeling werd niet betwist. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht het recht op ZW-uitkering had beëindigd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering is ongegrond verklaard.