ECLI:NL:CRVB:2025:1472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam als pedagogisch medewerkster, meldde zich op 4 september 2019 ziek en kreeg na een WIA-beoordeling geen WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV kende haar een WW-uitkering toe. Op 9 december 2022 meldde zij zich opnieuw ziek, waarna het UWV een ZW-uitkering weigerde vanwege geschiktheid voor eerder geselecteerde functies. Op 23 mei 2023 beëindigde het UWV de ZW-uitkering na een medische beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies passend waren. Appellante stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat haar beperkingen waren toegenomen en dat de functies ongeschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV terecht had gehandeld. De Raad benadrukte dat de medische beperkingen niet waren toegenomen, dat het dossieronderzoek en telefonische spreekuren voldoende waren en dat de voorwaarden van artikel 19 ZW Pro waren nageleefd. Het hoger beroep werd verworpen en de besluiten bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering heeft geweigerd en beëindigd wegens geschiktheid voor eerder geselecteerde functies en geen toename van beperkingen.