Op 8 juni 2024 is verdachte veroordeeld voor het wederrechtelijk binnendringen van een winkelcentrum te [plaats], ondanks een schriftelijk opgelegd winkelverbod dat op 7 juni 2024 aan hem was opgelegd. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het winkelcentrum betrad terwijl hem de toegang voor twee jaar was ontzegd.
De verdediging voerde aan dat verdachte het winkelverbod niet kon lezen en niet begreep, maar dit verweer werd door de rechtbank verworpen. Verdachte heeft eerder meerdere veroordelingen voor huisvredebreuk en kampt met complexe problematiek, waaronder verslaving en zwakbegaafdheid, wat in strafverminderende zin werd meegewogen.
De officier van justitie eiste vier weken gevangenisstraf, maar de rechtbank legde een gevangenisstraf van drie weken op, met aftrek van het voorarrest. De straf weerspiegelt de ernst van het feit, het recidiverisico en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland te Lelystad op 3 september 2024.