ECLI:NL:RBMNE:2024:5648
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Utrecht
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €504.000,- en na bezwaar verlaagd naar €471.000,-. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een waarde van €360.000,-, gebaseerd op een gemiddelde waardestijging van 17%.
De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde wordt vastgesteld op basis van de waarde in het economisch verkeer op de peildatum 1 januari 2022. De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde straat en gemeente, waarbij rekening is gehouden met verschillen in onderhoudstoestand, voorzieningen en oppervlakte.
Eiser voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de slechtere onderhoudstoestand en gedateerde voorzieningen van zijn woning. De rechtbank stelt echter vast dat de taxatiematrix een passende waardering geeft, waarbij de woningwaarde per m² lager is dan die van de referentiewoningen, en dat de voorzieningen als 'eenvoudig/gedateerd' zijn gekwalificeerd, vergelijkbaar met de referentiewoningen.
De rechtbank wijst het beroep af omdat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De stijging ten opzichte van het voorgaande jaar is geen relevant criterium voor de waardebepaling. Er is geen aanleiding om de waarde verder te verlagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €471.000,- wordt ongegrond verklaard.