ECLI:NL:RBMNE:2024:5649
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van vrijstaande woning
Eiser betwist de hoogte van de WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning, vastgesteld op €813.000,- per 1 januari 2022, en stelt dat de waarde niet hoger kan zijn dan €712.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde na bezwaar en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin vier vergelijkbare referentiewoningen zijn opgenomen.
De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar qua bouwjaar, woningtype en oppervlakte, en verschillen zijn gecorrigeerd met KOUDV-factoren. Ook is rekening gehouden met verschillen in grondwaarde vanwege locatieverschillen.
Eisers argument dat de waardestijging van zijn woning hoger is dan het gemeentelijke gemiddelde en landelijke cijfers wordt verworpen, omdat de WOZ-waarde jaarlijks op basis van actuele marktgegevens moet worden vastgesteld en niet door indexering van eerdere waarden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €813.000,- wordt ongegrond verklaard.