ECLI:NL:RBMNE:2024:5650
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en toekenning proceskosten en schadevergoeding
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een plaats en vordert een lagere waarde van €599.000. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde van €635.000. De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede vanwege onvoldoende onderbouwing van de correcties in de taxatiematrix.
De rechtbank vernietigt daarom de bestreden uitspraak en stelt de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €620.000. Eiser heeft zijn lagere waarde onvoldoende onderbouwd. Daarnaast is de redelijke termijn voor bezwaar en beroep overschreden, waarbij de overschrijding deels aan de beperkte beschikbaarheid van de gemachtigde van eiser wordt toegerekend.
De rechtbank kent een immateriële schadevergoeding van €50 toe aan eiser en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €592,50. De uitspraak vervangt de bestreden uitspraak en leidt tot vermindering van de aanslag onroerendezaakbelasting.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €620.000, met toekenning van proceskosten en een immateriële schadevergoeding aan eiser.