ECLI:NL:RBMNE:2024:5651
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, vastgesteld op €614.000,- per waardepeildatum 1 januari 2020. De heffingsambtenaar handhaaft deze waarde, gebaseerd op een verkoopprijs van €655.000,- die kort na de waardepeildatum is gerealiseerd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De verkoopprijs wordt als marktconform beschouwd, ondanks het betoog van eiser dat de coronapandemie een onrealistische waardestijging zou hebben veroorzaakt. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat de marktprijs de waarde in het economisch verkeer weerspiegelt.
Daarnaast is een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De overschrijding wordt deels toegerekend aan het procedeergedrag van de gemachtigde van eiser, maar de rechtbank wijst een vergoeding van €50,- toe vanwege een maand overschrijding. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ad €218,75. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €614.000,- wordt ongegrond verklaard; de Staat betaalt €50,- immateriële schadevergoeding en €218,75 proceskosten.