Uitspraak
- namens de [eiseres] : [A] , zij werd bijgestaan door de toenmalige gemachtigde van de [eiseres] , mr. ing. [B] ;
- de toenmalige gemachtigde van het college, mr. [C] , zij werd vergezeld door de huidige gemachtigde van het college en [D] , [functie] bij de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en
- vergunninghouder.
- namens de [eiseres] : [A] , zij werd bijgestaan door de gemachtigde van de [eiseres] ;
- de gemachtigde van het college, vergezeld door [D] en
- vergunninghouder.
Omgevingsvergunning strijdig gebruik (zaak UTR 22/1381)
1 juli 2020 [8] , is het volgende overwogen:
“In de memorie van toelichting bij de Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en enkele andere wetten om de planologische status van gronden en opstallen bepalend te laten zijn voor de mate van milieubescherming alsmede om de positie van agrarische bedrijfswoningen aan te passen (plattelandswoningen) staat: "Bij het beschermen van woningen en andere bouwwerken in de omgeving van de inrichting moet niet langer worden uitgegaan van het feitelijk gebruik daarvan, maar van de planologische status van de betrokken gronden. In de meeste gevallen zal dit de bestemming uit het bestemmingsplan of de beheersverordening zijn.[…].Verder kan sprake zijn van een overgangsrechtelijke situatie op grond van het bestemmingsplan. Al deze gevallen worden gedekt door het voorgestelde zevende lid van artikel 2.14." (Kamerstukken II 2014/15, 33 078, nr. 3, blz. 17).
10 juni 2021 en 31 augustus 2021 staat vermeld. De rechtbank is met het college van oordeel dat de drie nachtelijke activiteiten die hierin zijn genoemd geen onderdeel uitmaken van de representatieve bedrijfssituatie van de [eiseres] . Omdat deze nachtelijke feesten maar een paar keer per jaar plaatsvinden en onder meer qua aard en tijdstip afwijken van de normale diensten van de [eiseres] , vallen de feesten niet onder de representatieve bedrijfssituatie, maar zijn het incidentele activiteiten. Deze incidentele festiviteiten, waarvoor op grond van een gemeentelijke verordening toestemming kan worden verleend, vallen niet onder het Activiteitenbesluit.
Verzoek om handhaving (zaak UTR 22/1439)
Omgevingsvergunningen voor het plaatsen van een dakkapel (zaak UTR 22/1988) en
het verhogen van de dakgoot en het vergroten van het raam in de voorgevel van de woning (zaak UTR 22/3243)
UTR 22/1381 blijft de omgevingsvergunning waarmee de bewoning van het pand wordt toegestaan in stand. Vergunninghouder mag dus wonen in de woning. Een eventueel gegrond beroep in de zaken UTR 22/1988 en 22/3243 zal dat niet veranderen. Deze zaken gaan over een dakkapel, het verhogen van een dakgoot en het vergroten van een raam. Deze aanpassingen aan het pand hebben geen invloed op het al dan niet mogen wonen in het pand, laat staan op de activiteiten van de [eiseres] . De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het resultaat van een inhoudelijke beoordeling van deze beroepen geen feitelijke betekenis kan hebben voor de [eiseres] . Ten aanzien van de dakkapel, verhoogde goot en raam heeft de [eiseres] ook eigenlijk niet meer aangevoerd dan dat het juridisch niet klopt dat de omgevingsvergunningen alleen voor de activiteit bouwen zijn verleend. De rechtbank merkt daarover op dat volgens vaste rechtspraak van onder meer de Afdeling [13] de wens om een principiële uitspraak geen procesbelang oplevert. Ook daarin is dus geen procesbelang gelegen.
- vernietigt het bestreden besluit van 27 januari 2022 in deze zaak voor zover het verzoek van de [eiseres] om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, is afgewezen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 365,- in deze zaak aan de [eiseres] moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 3.435,50 aan proceskosten aan de [eiseres] ;
mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
7 oktober 2024.