Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van de rolzitting van 24 juli 2024;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte tussen eiseres B.V. en gedaagde, waarbij gedaagde een aanzienlijke huurachterstand heeft opgebouwd van €28.415,67 tot en met 30 juni 2024. Gedaagde erkent de achterstand vanaf januari 2024, maar betwist de hoogte zonder nadere toelichting. Eiseres heeft de vordering voldoende onderbouwd met specificaties en betalingsherinneringen.
Gedaagde heeft aangegeven zijn onderneming te willen verkopen om de schuld te voldoen, maar dit is onvoldoende onderbouwd en verandert niets aan zijn betalingsverplichting. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand rechtvaardigt dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening van het vonnis.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, boeterente, buitengerechtelijke incassokosten en vergoeding van huurtermijnen tot daadwerkelijke ontruiming. De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen omdat boeterente wordt toegepast. Gedaagde moet tevens de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand, boeterente, incassokosten en proceskosten.