De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 11 oktober 2024 een verzoek van de moeder tot wijziging van de omgangsregeling met haar kind, geboren in 2016. De ouders zijn gescheiden en de moeder heeft het gezag over het kind. De omgangsregeling van november 2023 voorzag in meerdere contactmomenten, maar de omgang verliep problematisch. De vader bracht het kind vaak bij familie en hield hulp bij zijn agressieproblemen tegen.
De rechtbank constateerde dat de omgang niet langer in het belang van het kind is. De moeder gaf aan dat het kind de omgang niet leuk vindt en vaak bij de oma van vaderszijde verblijft. De vader was afwezig bij de zitting en heeft de klachten niet weersproken. Om het belang van het kind te waarborgen, besloot de rechtbank de omgang te wijzigen naar één keer per week onder professionele begeleiding, waarbij dag en tijd afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van de begeleiding.
De rechtbank verklaarde de beslissing uitvoerbaar bij voorraad en wees het verzoek van de moeder voor verder onderzoek af. De kosten van de procedure worden door iedere ouder zelf gedragen. De beslissing is schriftelijk vastgelegd op 28 oktober 2024 en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.