Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de staatssecretaris Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur [1] (gemachtigde:mr. C.J.M. Daniels),
Rechtbank Midden-Nederland
Eelerwoude Rentmeesters B.V. verzocht namens eiser om Oud Kraggenburg te rangschikken als buitenplaats onder de Natuurschoonwet 1928. Verweerders wezen dit verzoek af omdat de lichtwachterswoning niet kwalificeert als een 'in oorsprong versterkt huis' en er geen sprake is van een architectonisch verbonden historische tuin van ten minste één hectare die vóór 1900 is aangelegd.
De rechtbank onderzocht de betekenis van een buitenplaats volgens het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 en concludeerde dat de lichtwachterswoning functioneel van aard is en niet voldoet aan de bedoeling van het begrip 'in oorsprong versterkt huis'. Ook ontbrak voldoende bewijs voor een historische tuin die architectonisch met de woning verbonden is.
Hoewel Oud Kraggenburg een rijksmonument is met grote cultuurhistorische waarde, is het object niet vergelijkbaar met klassieke buitenplaatsen zoals bedoeld in de wet. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel slaagde niet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot rangschikking terecht af.
Uitkomst: Het verzoek tot rangschikking van Oud Kraggenburg als buitenplaats onder de Natuurschoonwet 1928 is terecht afgewezen.