ECLI:NL:RBMNE:2024:6097
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning gegrond verklaard met compromiswaarde en proceskostenvergoeding
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, oorspronkelijk vastgesteld op €678.000,- voor het belastingjaar 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar. Eiser stelde beroep in en tijdens de procedure diende de heffingsambtenaar een compromisvoorstel in van €584.000,-, dat door partijen werd aanvaard.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van schending van artikel 40 van Pro de Wet WOZ, omdat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase voldoende inzicht had gegeven in de liggingswaardering van de woning en referentiewoningen. Eiser had na ontvangst van deze informatie voldoende gelegenheid gehad om daarop te reageren.
Omdat het beroep gegrond werd verklaard, heeft eiser recht op vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank hanteerde een wegingsfactor van 0,25 vanwege de gestandaardiseerde werkwijze van eiser en kende een proceskostenvergoeding van €720,26 toe, inclusief kosten voor het taxatierapport. Daarnaast moet de heffingsambtenaar het griffierecht van €50,- vergoeden.
De uitspraak vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar, stelt de WOZ-waarde vast op €584.000,- en bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van de proceskostenvergoeding en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de WOZ-waarde wordt vastgesteld op €584.000,- en proceskostenvergoeding en griffierecht worden aan eiser toegekend.