Uitspraak
De procedure
Het bezwaar
Het oordeel van de politierechter
De beslissing
gegrond;
Rechtbank Midden-Nederland
Veroordeelde was door de politierechter veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uren met een vervangende hechtenis van 30 dagen bij niet-naleving. Reclassering meldde dat veroordeelde de taakstraf niet naar behoren had uitgevoerd. Vervolgens werd door het Openbaar Ministerie een omzettingsbeslissing genomen om de taakstraf om te zetten in vervangende hechtenis. Deze beslissing was echter niet ondertekend door een officier van justitie, maar door een stagiaire.
Veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzetting en verzocht om alsnog de taakstraf te mogen voltooien. Tijdens de openbare terechtzitting op 4 november 2024 stelde de officier van justitie zich op het standpunt dat het bezwaar gegrond moest worden verklaard. De politierechter oordeelde dat de omzettingsbeslissing niet rechtsgeldig was omdat deze niet door een bevoegde officier van justitie was genomen, wat een ernstig verzuim betreft gezien de mogelijke vrijheidsbeneming.
De politierechter verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat veroordeelde de taakstraf alsnog binnen 12 maanden moet voltooien, met de oorspronkelijke vervangende hechtenis van 30 dagen als sanctie bij niet-naleving. De overige bezwaren werden niet inhoudelijk behandeld vanwege het formele gebrek aan rechtsgeldigheid van de omzettingsbeslissing.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de taakstraf moet alsnog binnen 12 maanden worden voltooid met behoud van de vervangende hechtenis als sanctie.