Conclusie
Nummer24/03507 CW
Inleiding
De uitspraak van de rechtbank
“Ontvankelijkheid
De politierechter overweegt, op grond van de hiervoor genoemde stukken en hetgeen tijdens de behandeling ter terechtzitting van 9 juli 2024 naar voren is gekomen, het volgende.
Overige rechtspraak
Het juridisch kader
3 Het openbaar ministerie geeft kennis aan de veroordeelde dat vervangende hechtenis wordt toegepast. Deze kennisgeving wordt zo spoedig mogelijk aan de veroordeelde betekend. De kennisgeving behelst het aantal uren taakstraf dat naar het oordeel van het openbaar ministerie is verricht, alsmede het aantal dagen vervangende hechtenis.”
“Een beslissing als bedoeld in de artikelen 6:3:2 en 6:3:3, eerste lid, kan worden genomen tot drie maanden na afloop van de termijn waarbinnen de taakstraf op grond van artikel 6:3:1 dan Pro wel artikel 6:6:23, tweede lid, moet zijn voltooid.”
“1 De uitvoerder taakstraffen kan de tenuitvoerlegging van de taakstraf opschorten indien de taakgestrafte na een waarschuwing de taakstraf wederom niet naar behoren verricht of na een ernstige misdraging van de zijde van de taakgestrafte. De uitvoerder taakstraffen stelt het openbaar ministerie onverwijld van deze beslissing op de hoogte, met het advies de tenuitvoerlegging van de taakstraf te beëindigen. Een afschrift van het advies wordt aan Onze Minister verzonden.
2 Het openbaar ministerie neemt zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het advies een beslissing als bedoeld in de artikelen 6:3:2 of 6:3:3 van de wet.”
“De taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie worden, op de wijze bij of krachtens de wet bepaald, uitgeoefend door:
“1 De uitoefening van een of meer bevoegdheden van de hoofdofficier van justitie, de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, de senior officier van justitie A, de senior officier van justitie, de officier van justitie, de substituut-officier van justitie, de officier enkelvoudige zittingen, de landelijk hoofdadvocaat-generaal, de hoofdadvocaat-generaal, de senior advocaat-generaal en de advocaat-generaal kan worden opgedragen aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar voor zover het hoofd van het parket daarmee heeft ingestemd.
2 De opgedragen bevoegdheid wordt in naam en onder verantwoordelijkheid van de rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, uitgeoefend.
3 De uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, kan niet aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar worden opgedragen indien de regeling waarop de bevoegdheid steunt of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Daarvan is in elk geval sprake voor zover het gaat om het optreden ter terechtzitting in strafzaken en de toepassing van de dwangmiddelen als bedoeld in Titel IV van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafvordering.
4 Bij algemene maatregel van bestuur worden omtrent de toepassing van dit artikel nadere regels gesteld.”
(…)”
Het oordeel van de rechtbank in het licht van het juridisch kader
vermelding/vinkje in een voor de politierechter en justitiabelen niet raadpleegbaar geautomatiseerd systeem van het Openbaar Ministerie (…) in deze[n] volstrekt onvoldoe[n]de’ geacht. Daarmee heeft de rechtbank geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
dat, of wanneer, er een door een officier van justitie genomen beslissing tot toepassing van de onderhavige vervangende hechtenis aan ten grondslag ligt’. Omdat er bij het bezwaar tegen die ‘onterechte kennisgeving’ naar het oordeel van de rechtbank geen belang (meer) bestaat, verklaart zij de betrokkene niet-ontvankelijk in het bezwaar. Die uitkomst lijkt mij een brug te ver.