Eiser vordert in kort geding een voorschot op schadevergoeding van €3.000.000,- en een verklaring dat zij bevoegd is om te handelen in melk van categorie 120 koeien, omdat zij niet wordt vermeld als erkend koper van boerderijmelk op openbare lijsten. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft, maar verklaart haar deels niet-ontvankelijk omdat de erkenning en registratie onder het bestuursrecht vallen, waar reeds procedures lopen.
De civiele voorzieningenrechter kan niet oordelen over bestuursrechtelijke erkenningen en publicaties. Eiser heeft niet aangetoond dat zij de erkenning of registratie bezit die op een openbare lijst moet worden vermeld, noch dat de Staat of COKZ onrechtmatig handelen door weigering. De oude erkenning op grond van de Regeling superheffing 2008 is niet meer van kracht en geeft geen rechten onder het huidige stelsel.
De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen vanwege het ontbreken van aannemelijkheid van onrechtmatig handelen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €11.110,- en de wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en op 5 november 2024 in het openbaar uitgesproken.