Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Inleiding
20 juni 2023 is deze onderneming failliet verklaard. Naar aanleiding van dit faillissement heeft eiseres op 30 juni 2023 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) wegens betalingsonmacht bij het Uwv aangevraagd.
1 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard. Het Uwv is in het bestreden besluit bij zijn standpunten in het primaire besluit gebleven dat niet is komen vast te staan dat eiseres vanaf 1 mei 2019 persoonlijk arbeid heeft verricht voor [werkgever] en dat er een gezagsverhouding bestond tussen eiseres en deze onderneming.
[B] (de schoonvader van eiseres) de enig aandeelhouder. [B] is op
[overlijdensdatum] 2023 overleden. Na dit overlijden zijn eiseres en haar partner verder gegaan met het bedrijf. Zij hadden toen toegang tot de bankgegevens van het bedrijf.
31 mei 2019 (bijna 52 weken) een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontvangen. Deze uitkering werd beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Eiseres is per 1 mei 2019 weer voor [werkgever] gaan werken, wederom in de functie van administratief medewerker. Van dit dienstverband heeft eiseres geen arbeidsovereenkomst overgelegd.
Overwegingen
- van 1 mei 2019 tot juni 2021: € 2.502,50;
- vanaf juni 2021: € 2.869,53;
- vanaf september 2021: € 5.667,03;
- vanaf juni 2022: € 6.228,08;
- in de 7 maanden voorafgaand aan faillissement € 5.300,-.
30 juni 2023. De gemachtigde van eiseres heeft hierop per e-mailbericht gereageerd dat eiseres hier niet aan mee wil werken omdat dit een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer is.
€ 24.500,- van de ondernemersrekening overgemaakt naar zijn eigen rekening. Om uit te sluiten dat de partner van eiseres gelden naar haar heeft overgeboekt, heeft het Uwv eiseres op 20 oktober 2023 gevraagd inzage te verschaffen in de bankafschriften over de periode 1 juni 2022 tot en met 31 juli 2023. Hierop heeft de gemachtigde van eiseres per e-mail gereageerd dat het inkorten van de periode waarover het Uwv bankafschriften opvraagt niet afdoet aan de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eiseres. Eiseres heeft de door het Uwv opgevraagde bankafschriften daarom niet overgelegd.