Uitspraak
16.6752 WW
OVERWEGINGEN
14 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3634) geldt als maatstaf voor de vraag of sprake is van een gezagsverhouding of kan worden gezegd dat degene die arbeid verricht aan een zeker gezag is onderworpen van de werkgever en dat laatstgenoemde bevoegd is opdrachten en instructies te geven en om controle uit te oefenen op de voortgang en resultaten van het werk.