ECLI:NL:RBMNE:2024:62
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing en handhaving tijdelijke omgevingsvergunning parasols in binnenstad
De zaak betreft een bestuursrechtelijk geschil over een tijdelijke omgevingsvergunning voor het plaatsen van twee parasols op een terras in een binnenstad. De rechtbank had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin werd vastgesteld dat het college het Bouwbesluit niet correct had getoetst, met name artikel 2.55 dat eisen stelt aan beweegbare constructies boven wegen.
Het college heeft het gebrek hersteld door een aanvullende motivering te geven, waarin het stelt dat de parasols ondanks een kleine overschrijding van de terrasgrens voldoen aan de gelijkwaardigheidsbepaling van artikel 1.3 van het Bouwbesluit. Het college motiveert dat de parasols snel kunnen worden ingeklapt en dat hulpdiensten alternatieve routes kunnen gebruiken, waardoor de veiligheid gelijkwaardig is gewaarborgd.
Eiser betwist dit en wijst op mogelijke hinder voor hulpdiensten en bevoorradingsverkeer, onderbouwd met incidenten en simulaties. De rechtbank oordeelt echter dat de toelichting van het college aannemelijk is en dat eiser onvoldoende gemotiveerd heeft dat de parasols niet snel kunnen worden ingeklapt of dat de alternatieve routes onvoldoende zijn.
Daarnaast heeft de rechtbank het college een ruime beoordelingsvrijheid toegekend bij de afweging van belangen in het kader van de goede ruimtelijke ordening. De vermeende hinder en verkeerssituatie leiden niet tot een oordeel dat het bouwplan onevenredig nadelig is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens het eerdere gebrek, maar laat de rechtsgevolgen van de vergunning in stand omdat het college het gebrek heeft hersteld. Het college wordt opgedragen het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de tijdelijke omgevingsvergunning blijven in stand.