ECLI:NL:RBMNE:2024:6354
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen hoogte tegemoetkoming kindregeling Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, een kind van een gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, maakte bezwaar tegen de hoogte van de toegekende tegemoetkoming van €10.000,- op grond van de kindregeling uit de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Dienst Toeslagen wees het bezwaar af, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat artikel 2.12 van de Wht dwingend is en geen ruimte laat voor afwijking van de forfaitaire bedragen. De kindregeling is bedoeld als een eenmalige steun voor kinderen en geen schadevergoeding. De hardheidsclausule biedt geen mogelijkheid om af te wijken van de hoogte van de tegemoetkoming, omdat deze alleen ziet op de doelgroep, niet op het bedrag.
Eiseres stelde dat de tegemoetkoming haar werkelijke schade niet dekt en dat zij geen zelfstandige rechtsbescherming heeft. De rechtbank verwierp deze argumenten, verwijzend naar het toetsingsverbod van wetten in formele zin aan algemene rechtsbeginselen en het feit dat ouders namens kinderen bij de Commissie Werkelijke Schade een verzoek kunnen indienen.
De rechtbank concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van artikel 2.12 rechtvaardigen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de forfaitaire tegemoetkoming van €10.000,- wordt bevestigd.