ECLI:NL:RVS:2023:4044
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- C.C.W. Lange
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2019
Appellant heeft kinderopvangtoeslag aangevraagd voor de periode mei tot en met augustus 2019, maar de Belastingdienst wees dit af vanwege niet voldoen aan cumulatieve voorwaarden van artikel 1.6, derde lid, van de Wet kinderopvang. De rechtbank oordeelde dat de dienst het besluit onzorgvuldig had voorbereid en dat strikte toepassing van de wet in deze situatie achterwege moest blijven vanwege fundamentele rechtsbeginselen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de Belastingdienst gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond. De Afdeling stelt dat de rechtbank niet heeft onderzocht of de bijzondere omstandigheden niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever en dat de wet dwingend is, zonder ruimte voor uitzonderingen.
De Afdeling overweegt dat appellant en zijn echtgenote zelf keuzes hebben gemaakt die ertoe leidden dat de echtgenote niet eerder in Nederland kon zijn en dat de wetgever de situatie van appellant destijds wel heeft onderkend. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het besluit van 17 september 2019 vernietigde betreffende de afwijzing van het herzieningsverzoek over mei, juni en juli 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het besluit van 17 september 2019 vernietigde.