Uitspraak
[verzoeker 1] ,
Inleiding
24 september 2024 op de bezwaren van verzoekers is het college bij de omgevingsvergunning gebleven.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak gaat het om het beroep van meerdere verzoekers tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft verleend aan vergunninghouder voor de herbouw en nieuwbouw van een bedrijfspand dat door brand was verwoest.
Verzoekers voerden aan dat het bouwplan niet voldoet aan de beoordelingsregels van het omgevingsplan, met name omdat de bedrijfsactiviteiten van vergunninghouder in een hogere milieucategorie zouden vallen dan toegestaan. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het bouwplan en de voorgenomen activiteiten binnen de toegestane milieucategorieën vallen, mede gelet op het advies van de Omgevingsdienst regio Utrecht en eerdere controles zonder overtredingen.
Daarnaast stelde verzoekers dat onvoldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en dat er geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter stelt vast dat voor het gedeelte nieuwbouw voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd volgens de geldende normen en dat het bodemonderzoek adequaat is uitgevoerd zonder aanleiding tot aanvullend onderzoek.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bouwplan voldoet aan de beoordelingsregels voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten en dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor vergunninghouder mag starten met de her/nieuwbouw van het bedrijfspand.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.