Eiseres heeft beroep ingesteld omdat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) niet tijdig heeft beslist op haar verzoek tot herbeoordeling van een WIA-uitkering. Verweerder erkent de te late beslissing en geeft aan dat de verzekeringsarts nog geen herbeoordeling heeft kunnen uitvoeren.
De rechtbank stelt vast dat de ingebrekestelling op 25 januari 2024 is ontvangen en dat sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder besluit. Daarom bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen vier weken na verzending van dit vonnis alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €218,75 en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €371.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 1 november 2024 en is in het openbaar uitgesproken.