Eiseres heeft op 10 april 2024 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar WIA-uitkering bij het UWV. Verweerder had op grond van de WIA binnen acht weken, dus uiterlijk 5 juni 2024, moeten beslissen. Deze termijn is overschreden. Eiseres heeft verweerder op 27 juni 2024 in gebreke gesteld en na het verstrijken van twee weken heeft zij op 2 oktober 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Tevens wordt verweerder een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van € 15.000. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan eiseres.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat dit niet nodig is in deze zaak. Verweerder heeft aangegeven de beslissing te zullen nemen zodra de verzekeringsarts de herbeoordeling heeft verricht. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 19 november 2024.