Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een WIA-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een verlenging van de beslistermijn tot 24 mei 2024. Eiseres stelde verweerder op 27 mei 2024 in gebreke, waarna zij op 21 oktober 2024 beroep instelde wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden en verweerder nog geen besluit heeft genomen. Verweerder geeft aan dat capaciteitsgebrek bij verzekeringsartsen de oorzaak is van de vertraging. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en bepaalt een nieuwe beslistermijn van vier weken na de hoorzitting op 12 december 2024.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €51 aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier E.J.H.C. Hui op 21 november 2024.