Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiseres sub 1] B.V.,
2.
[eiser sub 2],
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak stond centraal of verzekeraar ASR dekking moest verlenen aan [eiser sub 2] na een eenzijdig verkeersongeval met een BMW X6 van zijn garagebedrijf. ASR weigerde uitkering wegens roekeloos rijden en vermeende misleiding over de snelheid.
De rechtbank liet een deskundigenonderzoek uitvoeren dat concludeerde dat de snelheid bij het ongeval 162 km/u bedroeg, ruim boven de toegestane 60 km/u. Dit werd niet betwist door partijen. De rechtbank oordeelde dat ASR terecht dekking mocht weigeren wegens roekeloosheid en opzettelijk onjuiste verklaring van de snelheid door [eiser sub 2].
[ Eiser sub 2] verzocht terug te komen op deze eindbeslissing met aanvullend psychologisch onderzoek, maar dit werd afgewezen omdat hij geen nieuwe feitelijke of juridische gronden aanvoerde. Wel werd geoordeeld dat de duur van de registratie van zijn persoonsgegevens in het Extern Verwijzingsregister (EVR) niet proportioneel was. De rechtbank beperkte deze registratie tot 1 januari 2025.
De overige vorderingen van [eiser sub 2] werden afgewezen. ASR kreeg in reconventie betaling van gemaakte expertise- en onderzoekskosten toegewezen. [eiser sub 2] werd veroordeeld tot betaling van proceskosten in zowel conventie als reconventie.
Uitkomst: ASR mag dekking weigeren wegens roekeloos rijden; registratie persoonsgegevens in EVR wordt beperkt tot 1 januari 2025.