In deze civiele procedure stond de nakoming van een financial leaseovereenkomst centraal. De gedaagde stelde een nieuwe overeenkomst en een aanbetaling te hebben gedaan, maar leverde hiervoor geen bewijs. De kantonrechter verwierp deze verweren en oordeelde dat de gedaagde de oorspronkelijke overeenkomst moet nakomen.
De gedaagde voerde aan brieven en aanmaningen niet te hebben ontvangen vanwege familieomstandigheden, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter stelde vast dat de brieven wel zijn ontvangen en dat het niet openen of lezen hiervan voor risico van de gedaagde komt.
Verder werd het verweer dat de auto voor een te laag bedrag was verkocht niet gevolgd, omdat de gedaagde dit niet voldoende onderbouwde. De kantonrechter kende de hoofdsom toe van € 15.898,22, buitengerechtelijke incassokosten van € 936,27 en contractuele rente conform de overeenkomst. De gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.