ECLI:NL:RBMNE:2024:6657
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van vrijstaande woning
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen op een perceel van 14.430 m², met een oppervlakte van 97 m² woonruimte en diverse bijgebouwen. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €960.000 per 1 januari 2022. Eiser stelde een lagere waarde van €701.000 voor en voerde onder meer aan dat onvoldoende rekening was gehouden met gedateerde voorzieningen en de ligging aan de snelweg A12.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar met een taxatiematrix en vergelijkbare referentiewoningen aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De voorzieningen in de woning werden als normaal beoordeeld, mede gelet op vergelijkbare gedateerde voorzieningen bij referentiewoningen. De rechtbank volgde eiser niet in zijn berekening van de correctie voor de ligging, maar ging wel mee in de kwalificatie van de ligging als matig in plaats van normaal.
Toch bleef de gemiddelde eenheidsprijs per m² van de referentiewoningen, gecorrigeerd voor matige ligging, ruim hoger dan die van de woning van eiser. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka op 13 november 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €960.000 wordt ongegrond verklaard.