Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op haar aanvraag van 14 april 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gedaan. Verweerder is in gebreke gesteld en het beroep is gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen een redelijke termijn, waarbij een vooraankondiging uiterlijk 17 januari 2025 moet worden gedaan en het definitieve besluit binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn. Tevens is een dwangsom van €50 per dag vastgesteld voor elke dag dat verweerder de termijnen overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres à €437,50 en het betaalde griffierecht van €51,-. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en wettelijke bepalingen die de termijn en dwangsomregeling ondersteunen. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling, waarna het onderzoek is gesloten en uitspraak is gedaan.