ECLI:NL:RBMNE:2024:6744
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over verplichting UWV tot Amber-beoordeling bij progressieve ziekte in Wajong-aanvraag
Eiser, bekend met een progressieve hartaandoening, vroeg een Wajong-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd omdat hij op zijn 18e verjaardag arbeidsvermogen zou hebben gehad. De rechtbank beoordeelde of het UWV voldoende zorgvuldig had gehandeld en concludeerde dat het UWV had moeten beoordelen of er sprake was van toegenomen arbeidsbeperkingen na de 18e verjaardag, gezien de progressieve aard van de ziekte.
De medische rapporten van het UWV voldeden aan de vereisten en toonden aan dat eiser op zijn 18e verjaardag arbeidsvermogen had, maar er ontbrak een Amber-beoordeling die de situatie na die datum in ogenschouw neemt. De rechtbank volgde eiser in zijn standpunt dat het UWV de ogen niet kan sluiten voor verslechteringen na de 18e verjaardag en dat het UWV het gebrek in het besluit moet herstellen.
De rechtbank draagt het UWV op binnen zes weken een nieuwe beoordeling uit te voeren die ook de medische ontwikkelingen tot het moment van herstel meeneemt, inclusief de recente implantatie van een ICD. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak, waarbij het UWV moet meedelen of het gebruik wil maken van de herstelmogelijkheid.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het UWV om binnen zes weken het gebrek in de beoordeling te herstellen door een Amber-beoordeling uit te voeren en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.