ECLI:NL:RBMNE:2024:6755
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Eiseres heeft na langdurige ziekte een WIA-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en het uitblijven van een tijdige beslissing, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Het UWV nam alsnog een besluit en kende een dwangsom toe, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk werd verklaard.
De kern van het geschil betrof de juistheid van de medische en arbeidskundige beoordeling door het UWV. Eiseres betoogde dat haar beperkingen onderschat waren, onder meer op het gebied van afleiding, conflicthantering, samenwerken, urenbeperking en fysieke klachten zoals handeczeem. Zij verzocht ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld, de beperkingen logisch waren gemotiveerd en dat de door eiseres aangevoerde medische informatie onvoldoende aanleiding gaf tot een andere beoordeling. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als passend beoordeeld. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.