ECLI:NL:RBMNE:2024:6762
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van lagere vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage door UWV
Eiseres ontvangt sinds 1995 een WAO-uitkering, aanvankelijk gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een herbeoordeling heeft het UWV per 15 januari 2023 de uitkering beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 15%. Dit besluit werd in bezwaar herroepen, waarna het UWV het percentage per 13 april 2024 vaststelde op 35-45%.
Eiseres betwist deze lagere vaststelling en stelt dat haar medische situatie niet is verbeterd, verwijzend naar psychische klachten en een brief van een klinisch psycholoog. De rechtbank toetst of het UWV het percentage juist heeft vastgesteld, waarbij zij oordeelt dat de medische rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zorgvuldig en logisch zijn opgesteld en voldoende rekening houden met de beperkingen van eiseres.
De rechtbank concludeert dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd om aan te tonen dat de beoordeling onjuist is. De door het UWV geselecteerde functies zijn passend en overschrijden haar belastbaarheid niet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de lagere vaststelling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage door het UWV wordt ongegrond verklaard.