ECLI:NL:RBMNE:2024:6791
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding met wegingsfactor 0,25
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, oorspronkelijk vastgesteld op €329.000 voor het belastingjaar 2023. Na bezwaar en een bestreden uitspraak die de waarde handhaafde, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Partijen bereikten een compromis over een nieuwe WOZ-waarde van €305.000, waar de rechtbank zich bij aansloot. Omdat het beroep gegrond werd verklaard, had eiser recht op proceskostenvergoeding en griffierecht. De hoogte van de proceskostenvergoeding was onderwerp van discussie, waarbij eiser een wegingsfactor van 1 wilde toepassen en de heffingsambtenaar een factor van 0,25 bepleitte.
De rechtbank overwoog dat het overgangsrecht van artikel 30a Wet WOZ niet van toepassing was, maar handhaafde de gebruikelijke wegingsfactor van 0,25 voor gestandaardiseerde WOZ-zaken. Dit resulteerde in een proceskostenvergoeding van €373,75 plus €50 griffierecht. De uitspraak vernietigde de bestreden uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd.
De rechtbank wees erop dat de proceskosten en griffierecht alleen op een bankrekening van eiser mogen worden uitbetaald, conform artikel 30a, vierde lid, Wet WOZ. De uitspraak werd gedaan door rechter P. Lenstra op 6 december 2024 en is openbaar.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €305.000 en proceskostenvergoeding wordt toegekend met een wegingsfactor van 0,25.