Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de eerdere uitspraak van 19 juli 2024, waarin de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet overleggen van het bestreden besluit. Opposant had in het beroepschrift de volledige tekst van het besluit gekopieerd, maar het besluit niet als apart document overgelegd. De rechtbank oordeelde destijds dat het ontbreken van het besluit de tijdigheid van het beroep niet kon worden vastgesteld en sprak het vonnis zonder zitting uit.
In het verzet beoordeelt de rechtbank of deze eerdere beslissing terecht was. De rechtbank stelt vast dat opposant het besluit wel degelijk in het beroepschrift heeft opgenomen en dat uit deze tekst de identiteit van verweerder en de datum van het besluit konden worden afgeleid. Hierdoor was het mogelijk om de tijdigheid van het beroep te beoordelen. Hoewel opposant de brieven waarin hem werd gevraagd het besluit alsnog te overleggen niet had gezien, had hij wel de gelegenheid gehad dit te doen.
De rechtbank concludeert dat het niet overleggen van het besluit niet zonder twijfel tot niet-ontvankelijkheid leidt, omdat het procesverloop hierdoor niet is geschaad. Daarom wordt het verzet gegrond verklaard en vervalt de eerdere uitspraak. De zaak zal op een zitting verder worden behandeld, waarbij nog geen inhoudelijke beslissing over het beroep wordt genomen. De proceskosten worden pas in de einduitspraak beoordeeld.