Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag van 13 september 2023 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gedaan.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met eerdere jurisprudentie die een termijn van twaalf weken na het verweerschrift en minimaal zes weken na uitspraak hanteert voor het doen van een vooraankondiging. Omdat deze termijn inmiddels deels is verstreken, wordt een uiterste termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak gesteld.
Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd van €50 per dag bij overschrijding van de termijnen, met een maximum van €15.000. De reeds verstreken 42 dagen leiden tot een vaststelling van de dwangsom op €1.442. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier E.J.H.C. Hui op 13 december 2024. Partijen zijn niet gehoord omdat zij geen gebruik maakten van hun recht op een zitting.