Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op haar aanvraag van 12 mei 2023 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 19 juni 2024. Het beroep is gegrond verklaard omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit van de zaak is een langere beslistermijn dan wettelijk bepaald gerechtvaardigd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een termijn van twaalf weken na het verweerschrift geldt voor een schriftelijke vooraankondiging, gevolgd door een termijn van twee weken voor het nemen van een besluit na ontvangst van een zienswijze.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor het niet naleven van deze termijnen. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €437,50 en het betaalde griffierecht van €51 wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter Vollebregt-Kuipers en griffier Mollerus op 18 december 2024.