Opposante had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek tot een integrale herbeoordeling. De rechtbank had op 2 augustus 2023 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Deze beslissing werd genomen zonder zitting, omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst.
In het verzet betoogt opposante dat de aangetekende brief over de betaling van het griffierecht niet is ontvangen en dat zij niet in verzuim is geweest. Zij stelt dat de rechtbank haar niet eerder in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren op het vermeende verzuim en dat de brief onbestelbaar was, wat haar niet kan worden aangerekend. Na ontvangst van een gewone brief heeft zij alsnog het griffierecht betaald.
De rechtbank oordeelt dat er voldoende grond is om te twijfelen aan de ontvangst van de aangetekende brief en dat het niet tijdig betalen van het griffierecht opposante niet kan worden aangerekend. Daarom is het verzet gegrond en vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring. De zaak wordt hervat in de stand van vóór de uitspraak van 2 augustus 2023. De rechtbank neemt nog geen beslissing over de proceskosten en benadrukt dat dit nog geen oordeel inhoudt over de inhoud van het beroep.