Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft eerder op 18 januari 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. Er wordt een nieuwe beslistermijn van twintig weken gesteld, aansluitend bij de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures en eerdere rechtspraak. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000,- opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier L. El Kabch op 19 december 2024.