ECLI:NL:RBROT:2024:6560
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Rotterdam stelt nieuwe termijnen en dwangsom voor beslissingen Dienst Toeslagen Wht
Deze bestuursrechtelijke uitspraak van de rechtbank Rotterdam behandelt meerdere beroepen niet-tijdig beslissen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank constateert dat de Dienst Toeslagen structureel de wettelijke beslistermijnen overschrijdt, met een gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures van 81 weken, terwijl de Wht kortere termijnen voorschrijft. De rechtbank wijzigt daarom de nadere beslistermijnen: bij een eerste beroep niet-tijdig beslissen over een uitblijvend besluit op bezwaar wordt een termijn van 40 weken na het verweerschrift gesteld, en bij een tweede beroep een termijn van 20 weken na verzending van de uitspraak. Tevens wordt de dwangsom verlaagd van €100 naar €50 per dag, met een maximum van €15.000.
De rechtbank benadrukt dat deze termijnen niet onnodig lang maar ook niet onrealistisch kort zijn, gelet op de omvang en complexiteit van de hersteloperatie en de capaciteitsproblemen bij de Dienst Toeslagen. De uitspraak erkent de problematiek van de versnipperde besluitvorming en de disproportionele effecten van herhaalde dwangsommen, en stelt dat de wetgever verantwoordelijk is voor structurele oplossingen.
In de concrete zaken van eiseres veroordeelt de rechtbank de Dienst Toeslagen tot het alsnog nemen van besluiten binnen de gestelde termijn, het betalen van een dwangsom van €50 per dag bij overschrijding, vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt nieuwe nadere beslistermijnen van 40 weken bij eerste en 20 weken bij tweede beroep niet-tijdig beslissen en stelt de dwangsom vast op €50 per dag met een maximum van €15.000.