Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, waarop eiseres beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank had eerder op 20 februari 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen en verklaart het beroep daarom gegrond. Omdat de wettelijke beslistermijn in dit bijzondere geval te kort is, bepaalt de rechtbank een realistische beslistermijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd bij het overschrijden van deze termijn, met een maximum van €15.000.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€437,50) en het betaalde griffierecht (€51). De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier L. El Kabch op 19 december 2024.