ECLI:NL:RBMNE:2024:7030
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woning sluiting wegens handelshoeveelheid drugs
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Urk om zijn woning te sluiten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat bij een politie-inval handelshoeveelheden hard- en softdrugs, wapens en aanverwante goederen zijn aangetroffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld of het besluit van de burgemeester schorsing verdient. De burgemeester was bevoegd tot sluiting gezien de aangetroffen handelshoeveelheid harddrugs, en de voorzieningenrechter oordeelde dat sluiting noodzakelijk en evenwichtig is gelet op de ernst van de situatie en het belang van het beschermen van het woon- en leefklimaat en de openbare orde.
Verzoeker voerde aan dat hij afstand had gedaan van het druggebruik en dat er geen overlast was, maar dit maakte de noodzaak tot sluiting niet minder. Ook de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, waaronder verslavingszorg en financiële situatie, werden meegewogen, maar de voorzieningenrechter vond de sluiting niet onevenwichtig.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waarmee de woning gesloten mag blijven. De burgemeester wordt geadviseerd in de beslissing op bezwaar de belangenafweging nader te motiveren.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen, waardoor de woning gesloten blijft.