Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 10 april 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden en heeft een verweerschrift ingediend op 16 oktober 2024. De rechtbank heeft partijen gevraagd of zij gehoord wilden worden, maar geen van beiden maakte hiervan gebruik.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder in gebreke is gesteld op 19 augustus 2024 en het beroep op 30 september 2024 is ingediend, conform de wettelijke vereisten. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen een nieuwe beslistermijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift, zijnde uiterlijk 23 juli 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag op voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook opgedragen het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden. Er zijn geen andere proceskosten toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier E.J.H.C. Hui op 19 december 2024 en is in het openbaar uitgesproken.