Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 1 november 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden en is op 24 juni 2024 in gebreke gesteld. Eiser heeft vervolgens op 20 oktober 2024 het beroep ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een nieuwe termijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift van 30 oktober 2024 een besluit moet nemen, dus uiterlijk 6 augustus 2025. Deze termijn is vastgesteld op basis van de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures en eerdere jurisprudentie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 437,50) en het betaalde griffierecht (€ 51,-).