Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 november 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
[derde belanghebbende]uit [woonplaats] (vergunninghouder)
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt aan een vergunninghouder had verleend voor het herbouwen van een afgebrande loods. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om bouwstart te voorkomen.
Tijdens de zitting op 9 september 2024 gaven partijen aan in overleg te zijn, waarna het college op 17 oktober 2024 een gewijzigd besluit nam dat de eerdere vergunning verving. Hierop trok verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht het college te veroordelen in zijn proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen aanleiding bestond voor proceskostenveroordeling, omdat verzoeker niet beroepsmatig rechtsbijstand verleende en er geen proceskosten waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen. Wel wees de voorzieningenrechter erop dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht moest vergoeden.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en bepaalde dat het onderzoek op zitting achterwege bleef. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen proceskosten in aanmerking komen voor vergoeding.