Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 22 juni 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling en beroep heeft ingediend.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen en stelt een termijn van uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging. Vervolgens moet binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn een besluit worden genomen. De rechtbank erkent dat de wettelijke beslistermijn in dit geval te kort is en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin deze termijnen zijn bevestigd.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag bij overschrijding van de gestelde termijnen, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt proceskostenvergoeding van € 437,50 en vergoeding van het betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijnen te handelen.