Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar bezwaar van 1 mei 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat verweerder in gebreke is gesteld op 18 september 2024 en dat het beroep tijdig is ingediend op 8 oktober 2024.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen binnen een realistische termijn. Gezien de complexiteit van de zaak en de gemiddelde doorlooptijd van vergelijkbare bezwaarprocedures, heeft de rechtbank op 25 oktober 2024 een nadere beslistermijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift vastgesteld, wat neerkomt op uiterlijk 24 juli 2025.
Daarnaast bepaalt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 437,50 en het betaalde griffierecht van € 51,-.
Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en uitgesproken op 12 december 2024.