Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 20 maart 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden en heeft een verweerschrift ingediend op 8 oktober 2024. Hoewel het beroep formeel één dag te vroeg was ingediend, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk vanwege de bekende vertragingen bij verweerder.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen en stelt een nieuwe beslistermijn vast van veertig weken na het indienen van het verweerschrift, zijnde uiterlijk 15 juli 2025. Dit is gebaseerd op eerdere rechtspraak en de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure. Tevens wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 437,50, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van € 51,-. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 13 december 2024.